Misleidende en oneerlijke reclame in de integriteitsindustrie

Zelf ‘graden’ bedenken en ‘opleidingsregisters’ maken; hoe ethisch is dat?

Caroline Raat

Bedrijf VeiligZo, dat cursussen aanbiedt, bedenkt een nieuwe ‘opleiding’, kennelijk om mee te gaan in de groeiende markt voor ethiek- en integriteitstraining. Het adverteert: ‘De CIZo registeropleiding is een internationaal gecertificeerde opleiding voor Ethics & Zo. Er zal een theoretisch examen worden afgenomen door een onafhankelijk examenbureau. Nadat u een voldoende heeft behaald wordt u voor twee jaar opgenomen in het CIZo register, onderdeel van het Financial VeiligZo Register, en bent u gerechtigd de titel CIZo achter de familienaam te plaatsen.’ Dit verhaaltje bleek volgens de uitspraak van de Reclamecodecommissie van 21 april 2022 niet te kloppen.

De vraag is of je voor veel geld ‘iets over ethiek’ wilt leren  en hoe waardig de ‘titel CIZo’ is, behaald bij een bedrijf dat door de Reclamecodecommissie wegens misleidende en oneerlijke reclame juist hiervoor op de vingers werd getikt. Zeker als je ziet dat de aanbevelingen van de commissie ook niet echt naar de geest worden opgevolgd. Want de kern van integriteit is eerlijkheid, bescheidenheid en betrouwbaarheid. Hier beschrijf ik – voorzien van aliassen – wat ook wel wordt genoemd charlatangedrag : opschepperij en fouten niet willen toegeven. Het gaat om gedrag dat niet alleen VeiligZo, maar ook haar hoofddocent vaker lijkt te vertonen, ook bij andere bedrijven.

Reclamecodecommissie: VeiligZo en CiZo over de schreef

‘Gebakken lucht’ doet zich overigens ook vaker voor bij snel groeiende markten, waar ‘opleidingscowboys’ op duiken, zoals die van de AVG. Een bedrijf dat aan deze hype niet meedoet, legt uit:

U kunt gecertificeerd zijn volgens het opleidingsprogramma van een organisatie, maar dit betekent niet dat u daarmee ook bij de toezichthouder of de wet gecertificeerd bent. (…) Het staat elke organisatie vrij om een eigen register in het leven te roepen en om (geslaagde) deelnemers aan hun opleiding hierin op te nemen onder het mom van ‘u bent nu gecertificeerd FG en ingeschreven in het FG register’ (lees: het register van de organisatie zelf). Zodoende bestaan er ook meerdere registers met FG’s/DPO’s naast elkaar.

Aan de Reclamecodecommissie is voorgelegd in hoeverre sprake was van misleidende en oneerlijke reclame. Zo staat het in de bijzondere reclamecode sub b (cursussen):

Reclame voor cursussen behoort een waarheidsgetrouw beeld te geven van de instelling die de cursus organiseert respectievelijk onder welker auspiciën de cursus plaatsvindt en van de cursus zelf. De reclame dient zich te onthouden van enige suggestie van redelijkerwijze niet te verwezenlijken resultaten en van het stellen van niet-erkende “graden”.

Intermezzo 1: ‘goeroegedrag’ bij ‘instituten’

VeiligZo werkt voor de nog te ontwikkelen ‘opleiding’ (5 dagen cursus) met een ‘hoofddocent en medeorganisator’. Deze noemt zichzelf ‘compliancegoeroe’, die weliswaar een academische vorming en praktijkervaring heeft, maar zonder ook maar enige juridische opleiding, laat staan erkende opleiding in ethiek of integriteit hierin ‘colleges’ gaat geven (want een cursusdag mag je dit natuurlijk niet noemen). Het vervelende is dat door de goeroe aangetrokken deskundige docenten hierin worden meegesleept.

De goeroe geeft ook elders cursussen in klokkenluidersrecht en beschrijft hoe hij zijn vakbekwaamheid op dit gebied heeft verworven: “Ik volg regelmatig webinars en bijeenkomsten op dit vakgebied” (webinars en bijeenkomsten van wie? Wordt er een onafhankelijk examen op enig niveau afgelegd?), en “Ik ben betrokken geweest bij de Wet Huis voor klokkenluiders en heb samen met Transparency International Nederland, VNO-NCE en ICC voorstellen hebben gedaan tot verbetering.” Deze betrokkenheid bestond uiteindelijk, zo schreef de goeroe, slechts “uit een gesprek met een voorzitter en een handtekening op een brief aan de Tweede Kamer.”

Tijdens een cursus op het gebied van klokkenluidersrecht geeft de goeroe als ‘best practice’: “Steun de leidinggevenden, train management hoe om te gaan met meldingen, help het management bij het coördineren van het onderzoek.” Dat strookt niet met letter en geest in de EU-richtlijn en Nederlandse wet. Niet het management of leidinggevenden, maar een speciaal aangewezen onafhankelijke en onpartijdige functionaris moet zich met het ontvangen en opvolgen van meldingen bezighouden. Juist om bemoeienis met melder en melding te voorkomen. Een wellicht goedbedoeld en uit ‘own practice’ voortgekomen praktische werkwijze, maar een die iedereen die weet hoe recht en praktijk van integriteitsmeldingen in elkaar zit, een slecht idee vindt.

Verder adverteert de goeroe in de cursus, naast zijn bedrijfje “De Meldingscoördinator BV” voor zijn zelfgemaakte Ethiek- en complianceprogramma “IntegrityComplianceCM BV”, weergegeven in een simpel schema, waarvan men zich kan afvragen waar het element ‘ethiek’ zich bevindt. Ethiek is namelijk niet hetzelfde als naleving of moraal, maar een wetenschappelijke discipline. Wil je daarover in de praktijk lesgeven, dan moet er toch minstens iets worden verteld over verschillende ethische stromingen (Aristoteles, Kant enzo), ethisch redeneren en morele waarden (niet te verwarren met persoonlijke waarden (psychologische motieven). Het element cultuur en gedrag wordt ook niet wetenschappelijk door de goeroe beheerst. Ook met een paar webinars en gesprekken ‘expert’ geworden? Dat kan een goed begin zijn, maar om er dan zonder niet-commerciële, betrouwbare wetenschappelijke bronnen les in te geven of dure consultancy te bieden? Ik zou het niet durven!

De goeroe was medewerker en directeur van een ander bedrijf dat zich ‘instituut’ noemt. Dit instituut adverteert met de wervende tekst dat deelnemers per 1 januari 2010 die deze leergang succesvol hebben afgerond recht hebben om een titel (CPC) achter hun familienaam te voeren, waaruit zou blijken dat sprake is van een ‘gecertificeerde’ compliancescholing. Het certificaat van het instituut bestaat echter hooguit uit het feit dat het instituut een CRKBO-registratie heeft; het mag dus het 0-tarief voor BTW heffen.

NB: ‘Accreditaties’ van cursussen bestaan bij veel beroepsgroepen niet uit diepgaande inhoudelijke toets op inhoudelijke kennis en echte vakbekwaamheid (een enkele beroepsinstantie vraagt nog om een CV van docenten om ‘aantoonbare kennis’ te controleren die ‘minimaal hbo-niveau moeten hebben’, maar hoe diepgaand is de echte controle van de kennis?)

Verder is de titel van het ‘instituut’, bestaande uit een drieletterige afkorting, merkenrechtelijk is vastgelegd. Tot slot heeft het bedrijf een eigen register dat het zelf beheert, en waarin de geslaagde cursisten komen te staan. Het ‘instituut’ schrijft “integer” te zijn: “betrouwbaar en transparant. We zeggen wat we doen en doen wat we zeggen. We houden ons niet alleen aan de wettelijke vereisten, maar handelen ook volgens de maatschappelijke waarden en normen.” Tja, het is allemaal nét binnen de lijntjes van de wet. Maar een ‘zelfgemaakte titel en opname in een zelfbeheerd register’ na een cursus van een paar dagen? Is dat overeenkomstig de maatschappelijke waarden en normen ten opzichte van de potentiële cursist, opgenomen in de Nederlandse Reclame Code?

Intermezzo 2: opleiding door advocatenkantoren

Precies dezelfde fout als de goeroe wordt gemaakt door een advocatenkantoor dat een e-learning integriteitmodule in de markt zet.

www.integriteit.nl

De ‘op de voorpagina-toets’ en ‘bespreek het met leidinggevenden en collega’s is een heel riskante afsluiting van de ‘cursus’. Je bent niet wettelijk beschermd als je een probleem met een leidinggevende of collega bespreekt en: dit kun je alleen doen in een veilige werksituatie. Die is er helaas zelden.

Dit kantoor is bekend door de vele zaken die het voert voor werkgevers tegen melders van misstanden, en dat ook nog op een niet fraaie wijze. ‘Onderzoekers’ van dit kantoor zijn tuchtrechtelijk veroordeeld en diverse malen ernstig op de vingers getikt door de hoogste ambtenarenrechter. Hier een integriteitmodule (zonder tussen-s) inkopen, leidt niet tot een integere organisatie.

Van titels, registers en accreditaties

Terug naar VeiligZo. Beide registers bestaan nog niet. De registers zullen worden beheerd op het Nationale VeiligZoregister, dat op papier wordt beheerd door een stichting die al sinds 2017 in oprichting is, maar verder dan dat tot in april 2022 niet is gekomen ‘wegens corona’. Het feitelijk beheer ligt bij de directeur van VeiligZo. De op de website prijkende registers hebben dus even veel meerwaarde als die van het ‘instituut’: geen enkele. Volgens VeiligZo is er een certificeringsplan dat wordt voorgelegd aan CPION, maar dit wordt door CPION per mail expliciet tegengesproken.

Zelfs zonder te kijken naar de kwaliteit is er volgens de uitspraak van 21 april 2022 sprake van schending van art. 7 en 8 van de Nederlandse Reclamecode en van de bijzondere reclamecode sub b (cursussen):

Reclame voor cursussen behoort een waarheidsgetrouw beeld te geven van de instelling die de cursus organiseert respectievelijk onder welker auspiciën de cursus plaatsvindt en van de cursus zelf. De reclame dient zich te onthouden van enige suggestie van redelijkerwijze niet te verwezenlijken resultaten en van het stellen van niet-erkende “graden”.

Dit mocht niet van de Reclamecodecommissie:

  • De opleiding bestaat nog niet;
  • CIZo is geen registeropleiding;
  • er is geen internationaal register;
  • er is geen nationaal register;
  • Zonder erkenning van CPION mag er geen ’titel’ gegeven worden.

De Reclamecodecommissie lijkt er in haar beslissing nog van uit te gaan dat CPION op de een of andere manier gaat over het mogen verlenen van niet-erkende ‘graden’. Dat is niet zo, zo bevestigt CPION expliciet per mail. CPION beheert een aantal opleidingenregisters, waaronder dat van Stichting Permanente Eduatie Nederland (SPEN). Dat is een dienstverlenende organisatie die toeziet op de kwaliteit van korte cursussen en opleidingen. SPEN doet dit door toetsing van het uitgebreide aanbod aan seminars, cursussen en korte opleidingen, doorgaans om opleidingsvormen voor beroepsbeoefenaren voor wie afspraken gelden in het kader van de (verplichte) Permanente Educatie. De door CPION namens SPEN getoetste opleidingen krijgen het predicaat SPEN Registeropleiding.

CPION en SPEN gaan niet over “graden” en de erkenning ervan, maar alleen over de vraag of de getoetste opleiding zich SPEN Registeropleiding mag noemen. CPION controleert overigens niet de inhoud van de opleiding, de expertise of inhoudelijke vakbekwaamheid van docenten, maar kijkt alleen naar opleidingsonderdelen en een verklaring van een door de opleider zelf aangestelde adviescommissie. Wel of geen SPEN-registratie, de titel of graad CIZo is nog steeds in strijd met, zoals de Nederlandse Reclame Code beschrijft: “het stellen van niet-erkende “graden”. Om deze reden wordt de uitspraak van de Reclamecodecommissie voorgelegd in beroep.

Hier lees je meer over de gebrekkige zelfregulering in opleidingsland.

Omdat kort beroepsonderwijs, evenals post-hbo en postacademisch onderwijs buitenwettelijk is, moet de borging van inhoudelijke kwaliteit hiervoor beter geregeld. Hiervoor moet ook geld worden vrijgemaakt. De huidige zelfregulering, via daartoe niet op inhoudelijke kennis en bekwaamheid geënte ISO-normering, registratie en certificatie, voldoet niet.

In het Wilde Westen van het buitenwettelijke beroepsonderwijs worden trainingen gegeven zonder duidelijk leerdoel, soms door inhoudelijk onbekwame docenten, en er wordt geen onderzoek gedaan naar wat deelnemers hebben opgestoken.[1]

Op echt inhoudelijke kennis en vakbekwaamheid controleren deze wettelijk niet gereguleerde certificerende stichtingen en bedrijven de opleidingen niet. Dat kunnen zij ook niet, want zij hebben de vakbekwaamheid niet in huis. Certificerende instanties controleren niet de kwaliteit, maar hooguit het proces.[2] Er is geen transparantie over totstandkoming en besluitvorming, laat staan op en toezicht en handhaving. Zelfregulering kan alleen succesvol zijn als sprak is van een klein aantal actoren met een sterke onderlinge lotsverbondenheid. Bij veel verschillende, concurrerende actoren zal zelfregulering in de praktijk niet werken. Er moet ook sprake zijn van een sterke organisatiegraad, voldoende financiële middelen, expertise en organisatiecapaciteit. Verder moet het gaan om organisaties die geneigd zijn om wetgeving na te leven vanuit geloof in de rechtsstaat en eigenbelang op lange termijn.[3] Hieraan voldoet de ‘cursusindustrie’ niet.

Volgens de CRKBO audit[4] wordt ‘vakbekwaamheid’ getoetst door een bewijs dat de docent een diploma hoger heeft dan het te verzorgen onderwijs, een bewijs van deelname aan professionele vorming of een CV. Maar weet CRKBO dat iemand die hbo sociaal recht heeft gedaan niet per se voldoende weet van het bestuursrecht? CPION is, net als KIWA en NIVRE door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd voor certificatie met betrekking tot kwaliteitssysteemcertificatie op basis van ISO-normering, en certificeert op basis daarvan wettelijk ongeregelde opleidingen. ISO gaat uit van afspraken die marktpartijen vrijwillig met elkaar maken over de kwaliteit en veiligheid van hun producten, diensten en processen.

De ISO-norm 90001, waarvoor de accreditatie is verleent, zegt dus niet veel over inhoudelijke kwaliteit. Je moet een kwaliteitshandboek hebben, maar wat erin staat, is grotendeel aan de ondernemer zelf. Het gecertificeerde bedrijf ontwikkelt dus volgens het ISO-systeem zelf de norm, zet een managementsysteem op, en rapporteert zelf. Er is geen visitatie of inhoudelijke kwaliteits- en kennistoets. Hoe toetsen CPION, KIWA of NIVRE als certificeerder of de door de opleider volgens de regels van CPION ingestelde ‘werkveldadviescommissie’ die moet verklaren dat de opleiding voldoet, wel echt vakinhoudelijk bekwaam is?[5] Er vindt geen visitatie plaats en voor kort beroepsonderwijs is er geen onafhankelijke toetsingscommissie, waarvan de vraag is wie daarin zitten, want ook dat is onbekend.

Voor de langere opleidingen – de zogeheten post-hbo en post-academische educatie –bestaat zo’n commissie uit leden ‘op inhoud en niveau van de opleiding’. Wie dat zijn en wat hun inhoud en niveau is: niemand die het weet of kan controleren, want het gaat niet om publieke instellingen. Voor geen van de registers wordt de lesstof inhoudelijk getoetst of wordt de inhoudelijke vakkennis van de docent objectief vastgesteld, en dat is des pudels kern. Daarbuiten zijn er nog heel veel bedrijven die eigen registers hebben, zonder enige vorm van accreditatie, ISO-normering, certificaat, erkenning of kwaliteitsborging. Mijn vraag: wat kunnen deze ‘handelaren in registers’, ‘titels’ en ‘certificaten’ aan de werkgever en cursisten garanderen, behalve een forse rekening?


[1] Met regelmaat zie ik als docent in deze wettelijk niet-gereguleerde wereld dat er docenten zijn die dit niet kunnen waarmaken. Zelfs docenten die geen enkele cursus of werkervaring hebben in een bepaalde discipline kunnen zich expert noemen en op die manier aan de slag gaan. Vanwege het gebrek aan regulering en zelfcertificatie heeft onlangs de Reclamecodecommissie uitspraak gedaan: adverteren met ‘registeropleidingen’ die van alles beloven, terwijl feitelijk sprake is van een simpele cursus van een paar dagen die inhoudelijk niet op kwaliteit wordt gecontroleerd, is volgens haar oneerlijke en misleidende reclame, in strijd met de bijzondere gedragscode ‘cursussen’ (Reclamecodecommissie, beslissing 21 april 2022, nr. 22/00007). Op basis daarvan cursisten beloven dat zij na hun cursus en niet-geautoriseerd examen een titel achter hun naam mogen zetten, is potsierlijk. Komt u iemand tegen met de C (‘certified’), gevolgd door het halve alfabet achter zijn naam, dan zegt dat dus vaak helemaal niets.

[2] T. Havinga, ‘Private regulering en voedselveiligheid’, RdW 2003 24, nr. 3.

[3] T. Havinga, ‘Private regulering: vloek of zegen?’ Ars Aequi november 2019 855 – 863, p 862.

[4] Op basis waarvan op grond van het Besluit beroepsopleidingen van de staatssecretaris van financiën BTW-vrijstelling bestaat, een fiscale regeling dus.

[5] https://www.crkbo.nl/Page/audit_docenten.

Na de uitspraak

Na de uitspraak heeft VeiligZo de advertentie iets aangepast – je moet wel doorlezen na de nog steeds niet gewijzigde tekst waarin wordt geschermd met registeropleidingen en titels: “Het certificatieplan t.b.v. de registratie in het CIZo register, onderdeel van het Financial VeiligZo Register ligt ter beoordeling bij CPION. Het doel van deze beoordeling is dat CPION de opleiding voor aanvang van de opleiding medio 2022 erkent als een internationale registeropleiding. Vooralsnog is dat (nog) niet het geval. De beide registers worden vervolgens pas online geplaatst nadat de eerste opleiding is gestart.” Dit klopt alweer niet, want CPION heeft nog niets ontvangen. Het toetst niet ten behoeve van de beide nog niet bestaande registers, maar alleen voor opname in het SPEN-register. Kortom: VeiligZo blijft de ‘kluit belazeren’.

Op geen enkele wijze is een titel na een niet inhoudelijk kwalitatief getoetste opleiding te rechtvaardigen; het is simpelweg charlatangedrag. Wel of niet geregistreerd, het gaat gewoon om een cursus van een paar dagen. Aan de deelnemers worden geen voorafgaande eisen gesteld, en het slagen voor een toets van een niet-vakbekwame docent zegt ook niet bijster veel. Niet doen dus. Doe liever vooraf je huiswerk en check de cursus die je gaat volgen. Hoe meer ‘toeters en bellen’, hoe argwanender je moet zijn. Er zijn meer dan genoeg opleiders – ook commerciële, die wel eerlijk zijn. Die niet meer of minder bieden dan ze kunnen waarmaken. Met inhoudelijk vakbekwame en gedreven docenten, die zich baseren op wetenschappelijke kennis en (praktijk)ervaring. Dan maar geen CIZo titel, dan maar niet geregistreerd. Het gaat om de inhoud, zeker als het om ethiek en integriteit gaat.